Make your own free website on Tripod.com
Leesclub Nieuwerkerk
God's gym - Leon de Winter

 Algemeen Dagblad van 07-06-2002 Pagina 13 boeken recensie Door Menno Schenke

Ademloos doorlezen

Tijdgeest domineert nieuwe roman Leon de Winter

Straks in dubio staan over welke boeken er mee mogen in de vakantiekoffer is nauwelijks nodig. In de boekhandel liggen drie boeken die deze krant met vijf sterren waardeert: waar voor uw geld!

Eerst een hele dikke: de roman De lijfarts van Maria Stahlie. Prachtig verhaal van 600 bladzijden over een jonge vrouw die met zichzelf in de knoop raakt. Even mooi is de laatste ťn beste thriller van Renť Appel: Noodzakelijk kwaad. Over een dode aannemer, zwart geld, vreemdgaan en nog veel meer.

Voeg aan het stapeltje ook maar de net verschenen nieuwe roman van Leon de Winter (48) toe: God's gym. Vijf jaar duurde het voor er een boek van hem verscheen. De hemel van Hollywood was in 1997 zijn laatste wapenfeit. Sindsdien hield hij zich in het Amerikaanse Los Angeles met wisselend succes met het produceren en schrijven van speelfilms bezig.

Hollywood speelt ook in deze roman een voorname rol. Centraal staat scenarioschrijver Joop Koopman, die met zijn dochter Mirjam in Venice bij L.A. woont. Het verhaal begint op 22 december 2000, de dag dat Mirjam 17 jaar wordt en dodelijk verongelukt. Het is ook de dag dat Joop Koopman in Venice zijn oude schoolvriend uit Den Bosch Philip van Gelder ontmoet, die tandarts werd, maar al jaren werkt voor het ministerie van Defensie in IsraŽl.

De God uit de titel van het boek is de enorme zwarte man Erroll Washington, karatekampioen en eigenaar van de sportschool, de gym waar Mirjam Koopman vaak ging fitnessen. God is afgeleid van Godzilla, dat gigantisch mythische filmmonster van jaren her. Washington bestuurde de Harley Davidson die slipt over een oliespoor, het ongeluk waarbij Mirjam Koopman dodelijk gewond raakt.

Omdat God's gym veel trekken heeft van een thriller en ook als zodanig is opgebouwd, hier weinig details over het verloop van het verhaal. Wel dit: Joop Koopman is joods, maar niet fanatiek. Die Philip van Gelder vraagt hem contact te leggen met Omar van Lieshout, een Nederlandse Marokkaan die terroristische plannen tegen IsraŽl zou koesteren en nu in L.A. verblijft.

De dood van zijn dochter zet Koopmans wereld op z'n kop, maar hij gaat toch in op Van Gelders verzoek. `We vragen moedige joden om een tijdje hun leven op te passen', zegt Philip, waarop Joop diens Nederlands corrigeert: `... aan te passen.'

De grote klasse van God's gym schuilt in twee aspecten: Leon de Winter is een zo kundig schrijver dat je het boek werkelijk ademloos důůrleest ťn hij haalt zaken aan waarover iedereen in deze tijd over praat of nadenkt.

De Winters schrijfstijl en zijn manier van spanning opbouwen sluiten aan bij de werkwijze van grote Amerikanen als John Grisham, John Irving, Philip Roth en John Updike. De jaren dat hij in Hollywood heeft zitten zweten op scenario's, lees je in dit boek nadrukkelijk terug.

Natuurlijk komt De Winters centrale levensvraag over de joodse identiteit uitvoerig aan de orde. Ook zijn houding ten opzichte van IsraŽl klinkt door in denken en doen van zijn hoofdrolspelers. Die 47-jarige Joop Koopman moet voor een deel duidelijk zijn gemodelleerd naar Leon de Winter zelf.

Maar er is meer: hij wijdt veel woorden aan reÔncarnatie, soms op zo'n intrigerende manier dat je veronderstelt dat de schrijver gelooft in deze oosterse leer. Orgaandonatie en harttransplantatie komen aan de orde en welke gevolgen zij hebben voor donor en ontvanger. De joodse Kaballa komt voorbij, net zoals de natuurkundige snaartheorie.

Dat alles lardeert hij handig met trivialiteiten uit het dagelijks leven van welvarend Los Angeles: de Jaguar of de Porsche, het kostuum van Brioni, de Mont Blanc MeisterstŁck-vulpen, diet Coke in een booth in een diner en de in achten gesneden pizza in kartonnen doos. Zo Amerikaans als wat, compleet met herkenbare plaats- en tijdbepaling.

Je zou Leon de Winter tekort doen als je zou beweren dat God's gym zich tot de oppervlakte beperkt. Onderhuids zit het boek strak op de tijdgeest en draait het vooral over het streven en verlangen naar inzicht, naar begrijpen hoe leven en dood in elkaar steken en waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren (zie bijv. IsraŽl vs Palestina). Dat geldt voor Erroll Washington, voor Joops jeugdliefde Linda, voor Philip uit IsraŽl en voor Koopman zelf. En het mooie is dat De Winter de lezer geen sympathie opdringt.

Dat er storende schrijffouten in de tekst bleven staan en dat Leon de Winter het verhaal een naar mijn smaak niet volledig bevredigend einde gaf, doet aan de roman niet veel af. God's gym is wat de Amerikanen een page turner noemen: doorlezen tot het boek uit is. Zulke boeken zijn zeldzaam in de Nederlandse literatuur.

ROMAN Leon de Winter: God's gym. De Bezige Bij, 371 blz, 18,50. ISBN 902340243x

 
---------------------------------------------
 
NRC Handelsblad van 07-06-2002 Pagina 33 boeken recensie

Op zoek naar het hart

Pieter Steinz

Leon de Winter revancheert zich als thrillerschrijver

Toen Leon de Winter voor de onlangs gebundelde interviewserie Het beslissende boek werd gevraagd naar het boek dat zijn leven veranderde, noemde hij Dubin's Lives van Bernard Malamud. De joods-Amerikaanse klassieker over een biograaf in crisis had volgens De Winter bijgedragen aan de `zogenaamde omwenteling' van zijn schrijverschap na La Place de la Bastille (1981). Malamud, de koning van de superieure schmalz, leerde De Winter hoe je klassieke (joodse) thema's op een anekdotische en transparante manier kon behandelen. ,,De eerste roman die daarna kwam,' zei De Winter over Kaplan uit 1986, ,,had ik duidelijk niet geschreven als ik Malamud niet had gelezen.'

Van een epigoon van Handke en Modiano tot een lekker leesbare verhalenverteller het was een opmerkelijke ontwikkeling, die de ooit zo tobberige intellectueel deed uitgroeien tot een van de best verkochte literatoren van Nederland. Het maakt je benieuwd naar het beslissende boek dat De Winter moet hebben gelezen na Zionoco (1995), het voorlopige sluitstuk van de moreel geladen romans die hij ooit zijn `persoonlijke thora' noemde. Malamud zou zich in elk geval in zijn graf hebben omgedraaid bij de verschijning van De hemel van Hollywood (1997), de mislukte huis- tuin- en keukenthriller die de basis vormde voor De Winters recente speelfilm The Hollywood Sign.

In een nieuwe roman, getooid met de Malamud-achtige titel God's Gym, zet De Winter weer hoger in. Het decor is Hollywood, en het thrillerelement blijft belangrijk, maar anders dan in De hemel van Hollywood is het belangrijkste personage niet van bordkarton. Joop Koopman, een gescheiden scenarioschrijver op zwart zaad, is een ouderwets De Winter-personage: een man in crisis die, zoals Max Breslauer in SuperTex (1991) of Sol Meyer in Zionoco, plotseling geconfronteerd wordt met zijn joodse (en Nederlandse) wortels. Tegelijkertijd is Koopman een rationalist die op het dieptepunt van zijn leven zijn ongeloof voelt wankelen. Bij het sterfbed van zijn dochter krijgt hij een visioen; na haar dood krijgt hij bezoek van een oude vriendin die hem het bewijs lijkt te leveren van de reÔncarnatie van zijn opa. Wordt de wereld wel geregeerd door toeval, zoals Joop altijd gezegd heeft? Of is ze eerder een speeltuin voor God, zoals de titel van De Winters roman suggereert?

Prijsvechter

God's Gym begint met een mulischiaanse ontrafeling van de samenloop van omstandigheden die heeft geleid tot de dood van Mirjam, Joops in alle opzichten perfecte zeventienjarige dochter. Het lijkt erop alsof in deze proloog God zelf aan het woord is, maar achteraf blijken we een brief te hebben gelezen die een zwarte prijsbokser, bijgenaamd Godzilla, heeft geschreven om Joop uit te leggen onder welke omstandigheden zijn dochter is verongelukt. God(zilla) is eigenaar van de sportschool, God's Gym, waar Mirjam haar lijf perfectioneerde, en hij is de bestuurder van de motor die Mirjam naar de fatale slippartij voerde. Hoewel hij onschuldig is aan het ongeluk, besluit hij daarna zijn zaak te verkopen en zijn leven te wijden aan de ontroostbare vader. Letterlijk, als boetedoening, en zonder dat Joop het wil.

De getroubleerde relatie tussen de zwarte man en de jood ook een thema dat door Malamud (in The Tenants, 1971) werd aangesneden is maar een van de vier, vijf verhaallijnen in God's Gym. Belangrijker voor deze `thriller van internationale allure', zoals de roman niet ten onrechte op de achterflap genoemd wordt, is Joops recrutering als infiltrant voor de IsraŽlische geheime dienst. De man die hem benadert is een oude kennis die net als hij (en Leon de Winter) in de jaren zestig opgroeide als joods jongetje in katholiek Den Bosch. Omdat Joop na de dood van Mirjam, die hij sinds zijn scheiding als alleenstaande heeft opgevoed, toch niet goed weet wat hij met zijn leven aanmoet, laat hij zich overhalen om een Nederlandse Marokkaan uit te horen die ervan wordt verdacht een terroristische aanslag in CaliforniŽ voor te bereiden. Met deze Omar van Lieshout rijdt hij tegen het einde van het boek naar San Francisco, waar alle door De Winter uitgezette lijnen bij elkaar komen.

God's Gym is een boek dat inspeelt op de actualiteit; maar het hart van de roman is een constante in de wereldliteratuur: de rouw van een vader om zijn dochter. Overtuigend schetst De Winter de gelukkige relatie tussen de doodgoeie Joop en de vrijgevochten Mirjam, en vooral Joops schuldgevoelens nadat Mirjam gestorven is. Niet alleen heeft hij haar op de laatste ochtend per ongeluk naakt gezien (waardoor hij zichzelf tot lang na de crematie schuldig voelt aan `het overtreden van de oerwetten'), ook heeft hij op aanraden van een arts haar hart ter beschikking gesteld voor transplantatie zonder dat hij weet of ze dat eigenlijk wel gewild had.

Het weggegeven hart van Mirjam is een belangrijk motief in God's Gym, dat wel erg toepasselijk is gesitueerd in Los Angeles (een `groot gebied zonder hart'). Omdat Joop tijdens zijn beproeving de ratio ontrouw wordt en het hart niet meer als een `vervangbare pomp' ziet, maar als het verzamelpunt van `liefde, eerlijkheid, menselijkheid' wil hij met alle geweld weten bij wie de `anderhalf pond in gewicht, vlees van zijn kind' terecht is gekomen; een zoektocht die bemoeilijkt wordt door het feit dat de familie van de ontvanger geen contact wil. Joop, die zijn scripts schrijft onder de naam Merchant en die lange tijd in Venice Beach heeft gewoond, identificeert zich met Shylock, de joodse titelheld uit The Merchant of Venice van Shakespeare, die ook met menselijk vlees marchandeerde. Niet voor niets luidde de werktitel van God's Gym `De koopman van VenetiŽ'.

Intriges

`De details moeten kloppen' zegt Joop tegen de man van de Mossad als hij voor de zoveelste keer de slijtagefoutjes in diens Nederlands corrigeert. Het zal ook De Winters leidraad bij het schrijven zijn geweest. Veel in God's Gym is prijzenswaard: het tempo ligt hoog, de verschillende intriges worden spannend opgebouwd, Joop is een personage dat ook kritische lezers kan boeien, de dialogen (die in De hemel van Hollywood nog wel eens wilden ontsporen in versleten filmtaal) zijn effectief, sommige passages zoals de reactie van Joop op het slecht-nieuwstelefoontje van de dokter zijn aangrijpend, en De Winter veroorlooft zich van tijd tot tijd een geslaagd grapje. Dat er hier en daar een ordinair clichť is blijven staan (`Joop had boter op zijn hoofd', in de context van een eerste seksuele ervaring), en dat de ontknoping van de plotlijnen te abrupt is, zij de schrijver vergeven.

Is er dan niets fundamenteels af te dingen op de nieuwe roman van Leon de Winter? Toch wel. Als literaire misdaadroman mag God's Gym dan geslaagd zijn (en een ereplaatsje opeisen in het rijtje De vierde man, Het gouden ei en Het woeden der gehele wereld), als morele fabel in de traditie van Malamud schiet de roman tekort. Daarvoor is Joops worsteling met de mystiek te oppervlakkig en is zijn relatie met de menslievende straatvechter, die niets liever wil dan jood worden, te weinig uitgewerkt. Je mag concluderen dat De Winter een thriller schreef die het verdient om in de Maand van het Spannende Boek bij duizenden over de toonbank te gaan. Maar dat klinkt een beetje alsof Sergej Boebka gefeliciteerd wordt met het kampioenschap fierljeppen. Voor de schrijver van ambitieuzere romans als Zoeken naar Eileen W en Kaplan zou de lat nog hoger moeten liggen.

Leon de Winter: God's Gym. De Bezige Bij, 374 blz. 22,50

Iemand die in voorgevoelens geloofde, geloofde ook in mythische straffen na het overtreden van de oerwetten. Een vader mag zijn ontklede dochter niet observeren. Hij had haar niet begeerd, althans niet met een seksuele intentie. Maar misschien werd in de wereld van de voorgevoeler elke vorm van observatie gestraft, ongeacht de intentie. In dat geval was hij schuldig maar waarom zou Mirjam voor zijn schuld gestraft worden? [...] Of is deze omgekeerde, onrechtvaardige straf juist het kenmerk van magische werelden? Treft het zwaard uitgerekend de onschuldige, waardoor de van zijn zonde doordrongen zondaar dubbel wordt gestraft? Nee, hij wilde niet bestaan in een wereld die zo blind en wreed was. Maar misschien was deze wereld, die van het toeval, minstens zo gruwelijk.
Uit Leon de Winter: God's Gym
 
---------------------------------------------------------------------------------------------
 
Trouw van 08-06-2002 Pagina 55 Boeken Recensie

De Mossad vraagt Joop te praten met Omar

Willy Wielek

We kunnen er lang over praten of Leon de Winters nieuwste boek 'God's Gym' een thriller is, want in dit geval heb elk voor z'n tegen, om onze Johan te parafraseren. Maar het staat vast dat het een spannend boek is. Hartstikkende spannend, van begin tot eind. De Winter jongleert met verschillende verhaallijnen, en zet voortdurend slinks de lezer op het verkeerde been. De Hollandse halfjood Joop Joopman, een niet bijzonder succesvolle scenarioschrijver onder het pseudoniem Joe Merchant (hetgeen aanleiding geeft tot wisecracks over Shakespeare's 'The merchant of Venice, want hij woont in Venice, een wijk van Los Angeles) wordt tot zijn stomme verbazing door Philip, een oude schoolkennis, benaderd om undercoverwerk te verrichten voor de IsraŽlische geheime dienst. Die uitnodiging is te danken aan het feit dat hij uit jeugdig enthousiasme een tijdje in IsraŽl heeft vertoefd, waar hij vier maanden lang kippenhokken schoonmaakte. Hij moet, zogenaamd toevallig, in contact zien te komen met Omar, een jonge Nederlandse Marokkaan, die ervan wordt verdacht terroristische plannen te koesteren.

Deze Omar, zo luidt de theorie, zal wel heimwee hebben naar Holland en dus graag een praatje aanknopen met een landgenoot. Joop vindt het een idioot plan en wil weigeren, maar dan krijgt hij een telefoontje. Zijn lieve, mooie, intelligente dochter Mirjam, zijn enig kind, overgebleven uit een kortdurend, rampzalig huwelijk, door hem harstochtelijk bemind, ligt zwaargewond in het ziekenhuis. Het is de dag van haar zeventiende verjaardag en later sterft ze aan haar verwondingen. Joop vervalt in diepe rouw en dat rauwe verdriet, want aan rouwverwerking komt hij nog lang niet toe, wordt zonder enige dikdoenerij, heel sober en ontroerend, overgebracht op de lezer. En dat is een van de moeilijkste dingen die er zijn. Maar er gebeurt nog iets, wat Joop niet voor mogelijk had gehouden: er ontstaat een vriendschap, of liever een zielsverwantschap, tussen hem en degene die het ongeluk onschuldig heeft veroorzaakt. Dat is de God oftewel Godzilla uit de titel, een enorme neger, de eigenaar van een sportschool. Die legt zijn leven aan Joops voeten en helpt hem de eerste tijd door. En Joop gaat, halfhartig maar toch, in op Philips voorstel: hij raakt inderdaad in gesprek met Omar en ook met hem ontstaat een soort vriendschap of wederzijdse afhankelijkheid, want Joop blijkt zijn hulp nodig te hebben. En dan is er nog een oud liefje, van vroeger uit Holland. Deze Linda duikt plotseling op met een kaalgeschoren hoofd en in gezelschap van een wijze Tibetaan, genaamd Usso Apury. Het loopt allemaal een beetje op niets uit en daarom aarzel ik om het boek de titel 'thriller' te geven, maar wat let ons een naam?

De Winter geeft blijk van een enorme virtuositeit in het ontlopen van clichť's ťn in het omzeilen van teveel engagement dat ongewenst is in een boek zoals dit, dat tot de beste ontspanningsliteratuur gerekend kan worden. Hij slalomt overal tussendoor. Op een gegeven ogenblik dacht ik: ,,Nu vliegt hij gierend de bocht uit en de New Age binnen'', maar het bleek gelukkig een schijnmanoeuvre tussen vele andere schijnmanoeuvres. Het boek is met een bijna ontstellend gemak geschreven, het behoeft nauwelijks vermelding dat het leest als een trein en zich onmogelijk laat wegleggen.

Leon de Winter: God's Gym. De Bezige Bij, Amsterdam. ISBN 902340257X; 371 blz.-22,50

---------------------------------------------------------------------------------------------

de Volkskrant van 07-06-2002 Pagina 28 Cicero Recensie

Gods gekkenhuis

Arjan Peters

KENNELIJK heeft Leon de Winter een kwarteeuw nodig gehad om zich zijn eigen plaats in de literatuur bewust te worden. In zijn eerste boeken hing hij de correcte schrijver uit, die op gekunstelde wijze zijn partij meeblies in het koortje dat het realisme afwees ten gunste van de verbeelding. In theorie een begrijpelijk principe, dat echter in de praktijk dikwijls leidde tot conceptueel proza waaraan het bloed en de sappen van de anekdotiek wel erg rigoureus waren onttrokken.

Halverwege de jaren tachtig gooide De Winter het roer om, met zo'n kracht, dat in de romans die hij sindsdien publiceerde elke balans zoek was. Het kon hem ineens niet incorrect genoeg zijn. Als een lorrenboer gooide hij zijn verhalen vol platte sentimenten en vulgaire parvenu's, terwijl hij zich wellustig vergreep aan erkende filosofen. Zijn thema bleef dat van de zoon die alleen door middel van zijn verbeelding, van een verhaal, zich achteraf kon verbinden met zijn joodse vader, tegen wie hij zich aanvankelijk alleen maar had willen verzetten.

Die strijd lijkt gestreden nu De Winter van middelbare leeftijd is. Tegelijk heeft hij het niet langer nodig zich te verzetten tegen de eisen van subtiliteit en een verantwoorde poŽtica zoals bepaalde critici die verlangen. Voorheen wilde De Winter door een stapeling van de vetst denkbare effecten zů agressief bewijzen dat hij aan literatuur met een grote L schijt had, dat hij juist bewees nog lang niet genezen te zijn van het eertijdse verlangen tot de eredivisie gerekend te worden.

Die agressie is vervlogen, bewijst God's Gym, de roman die De Winter is begonnen nadat hij een aantal jaren vruchteloos had gepoogd een poot aan de grond te krijgen in de Amerikaanse filmwereld. Dat wil niet zeggen dat zijn nieuwe boek een wonder van verfijning is, maar in ieder geval heeft hij weer eens echt iets te vertellen.

De wereld is corrupt en absurd, ervaart de vastgelopen scenarioschrijver Joop Koopman, 47 jaar, woonachtig in Venice, CaliforniŽ. De Koopman van VenetiŽ, noemden zijn vrouw Ellen en dochter Mirjam hem gekscherend. Zijn vrouw is van hem gescheiden en teruggekeerd naar Nederland, en zijn dochter is bij een verkeersongeluk omgekomen op de dag dat ze zeventien werd, 22 december 2000.

Als je de omstandigheden reconstrueert die hebben geleid tot een noodlottig ongeluk, kan het lijken of er sprake is van een zekere orde. Wanneer Mirjam Koopman op die dag, op dat tijdstip, niet bij die man achter op de motor was gaan zitten, en ze hadden niet die route genomen, dan was er helemaal geen sprake geweest van noodlot. Chaotisch als de wereld zijn mag, de mens die met gekmakend verlies te maken krijgt, kan niet berusten in de gedachte dat chaos de enige constante in het bestaan is - want een constante veronderstelt houvast, en die wordt door die chaos nou net verworpen.

In bijna vierhonderd pagina's laat De Winter zijn arme Koopman van de ene krankzinnige situatie in de andere belanden. Die scŤnes zijn soms zo scherp getekend, dat ze je als beeld bijblijven - en dat kreeg Leon de Winter al een hele tijd niet meer voor elkaar.

Op die fatale dag zat Mirjam achterop bij sportschoolhouder Erroll Washington, een Afro-Amerikaan van driehonderd pond, die ook wel God (van Godzilla) werd genoemd. Schuldbewust meldt God zich bij de Koopman van VenetiŽ: hij wil zijn leven in dienst stellen van Joop, om goed te maken wat niet goed te maken is. Hij regelt bijvoorbeeld Mirjams crematie, en ook zorgt hij voor een boot (een 'plezierjacht'!) waar hij met Joop in stapt om de as te verstrooien over zee. Zit de vader daar met de urn in zijn handen, begint de grote zwarte God, die voor jood studeert, ineens het kaddisj op te zeggen van een papiertje en onderbreekt dat met: 'Wilt u iets op uw hoofd? Je moet je hoofd bedekken bij deze woorden hebben ze me uitgelegd.' Waarop Erroll uit zijn broekzak twee baseballcaps pakt en die op hun hoofden zet. Joop laat de as door de wind meevoeren. 'Erroll uitte klanken die hij niet begreep maar toch herhaalde.'

Er wordt weinig gelachen in God's Gym, daarvoor ontbreekt het de personages aan rust, maar de gekte waarin ze verzeild raken is meermalen zowel droef als geestig. Koopman heeft geen idee waar hij het moet zoeken: overal in dit verhaal loeren wendingen en types, klaar om het dooreengeschudde leven van een onaanzienlijk scriptschrijver nog eens op zijn kop te zetten. En nog eens.

Er blijft hem weinig anders over dan feiten te registreren, het beginpunt van overzicht. Zoiets doet De Winter ook. Hij dompelt Koopman onder in een stortvloed van verwarrende gebeurtenissen: voor geld neemt de Hollander een louche opdracht aan van zijn oude vriend Philip, die IsraŽli is geworden en voor de Mossad werkt. Op diens instigatie maakt Koopman contact met de dubieuze moslim en jodenhater Omar van Lieshout, die in de omgang echter zo vriendelijk is, dat de scriptschrijver zijn opdracht verzaakt. Ondertussen krijgt hij een relatie met een vriendin van vroeger die boeddhiste is geworden en kennis heeft aan een Tibetaanse monnik die de reÔncarnatie zou zijn van Joops grootvader.

Koopman is langzamerhand zelf een personage geworden in een krankjorem script, dat De Winter alle gelegenheid biedt te tonen dat mensen liever in hun eigen verhalen geloven dan in de waarheid. Zonder verbolgenheid of moralisme, maar met een soort verbaasde nieuwsgierigheid maakt hij af en toe pas op de plaats, om feiten op te sommen die de enige basis vormen in deze door God verlaten wereld. Hebben ze betekenis? Dat weet je niet. Als geen mens te vertrouwen is, weet je ook niet waar je op kunt bouwen.

'Januari ging voorbij. Op elf februari 2001 begon het te regenen. Op vijftien februari trokken de regenwolken weg. Het kwik begon op te lopen en op zeventien februari werd het rond het middaguur twintig graden.' Wat moeten we ermee? 'Kennelijk had Omar een uitgebreide garderobe. Vandaag droeg hij een crŤmekleurige broek, een donkerblauwe trui met v-hals, en hij had zijn voeten, zonder sokken, in dure kalfsleren loafers gestoken.' Betekent dat wat? In 1979 ging Joop voor het eerst met Ellen naar bed: 'Daarna maakte ze met drukke gebaren een salade nicoise, waarvoor ze een eenvoudige maar perfecte dressing van olie, azijn, knoflook, zout en peper had bereid. Omdat ze het koud had dronk ze er thee bij.' Nou en? Maar tevens denk je, telkens als De Winter weer wat omstandigheden rangschikt: misschien werken die wel allemaal mee, om te laten gebeuren wat er zich aan moois en gruwelijks ontrolt. Het zijn de bouwstenen van een verhaal. Daarin zit de mens opgesloten. Hij kan zich er alleen uit verlossen door zijn eigen verhaal te maken.

Kort na Mirjams overlijden heeft Joop toegestaan dat haar hart zou worden verwijderd voor transplantatiedoeleinden. Later wil hij weten wie Mirjams hart heeft gekregen. Zijn joodse vriend Philip, ontdekt hij, heeft ervoor gezorgd dat het hart is geschonken aan de dochter van een IraniŽr die voor de IsraŽli's werkt.

Verwijst De Winter hiermee naar Shakespeare's Koopman van VenetiŽ (1596), waarin de joodse woekeraar Shylock het hart wil uitrukken van zijn christelijke concurrent Antonio? Shakespeare had geen verstand van joden, zoals Martin van Amerongen betoogt in het artikel 'Shylock, woekeraar' dat onlangs op de dag van zijn begrafenis als boekje verscheen: 'Hoe kon hij weten dat het de joden in werkelijkheid ten strengste verboden was zich aan dit soort goddeloze praktijken te bezondigen?' Een jood in 2001 moet dit weten, kan De Winter bedoelen, maar in onze gewetenloze wereld regeren corruptie en absurdisme.

De moderne schrijver maakt daar verwonderd zijn verhalen over, als een god wiens macht reikt tot en met het stellen van de diagnose. Voor genezen is het te laat, maar altijd ontbotten er verwachtingen, tegen alle redelijkheid in.

Voor het eerst maakt De Winters gekkenhuis zowaar compassie los.

Leon de Winter: God's Gym.

-------------------------------------------------------------------------------------------
 

Gods Gym is een boek waarvan ik de inhoud van tevoren nooit had kunnen voorspellen. De titel gaf mij een totaal verkeerde indruk, wat ongetwijfeld ook de bedoeling is geweest van De Winter. Doordat het woord God in de titel zit denk je meteen dat het gerelateerd is aan het geloof. De combinatie met een gym maakt dat natuurlijk weer heel raar, dus ik had echt geen idee wat ik ervan kon verwachten. Ik ben niet gelovig, maar interessant vind ik het wel, hoe mensen daar zich totaal in kwijt kunnen. Ik ben blij dat ik het boek gelezen heb, want zo blijkt maar weer eens dat je dingen niet alleen vanaf de buitenkant kunt beoordelen.

De proloog is een verklaring van God (van Godzilla), de grote zwarte eigenaar van de sportschool Gods Gym, hoe het zover heeft kunnen komen dat Mirjam Koopman, een leerlinge die bij hem achter op de motor zat, op haar verjaardag omkwam tijdens een ongeluk. We horen over het verleden van alle betrokkenen. Ik weet nog wel dat ik vroeger de proloog meestal oversloeg, maar ben er toch wel vrij snel achter gekomen dat het toch echt wel bij het verhaal zelf hoorde. Een inleidend verhaaltje tot het hoofdverhaal zeg maar.
Op 22 december 2000, de dag dat Mirjam Koopman, dochter van de halfjoodse scriptschrijver Joop Koopman, 17 jaar wordt, heeft zij een afspraak met haar vriendinnen om te lunchen. Als ze vertrokken is, krijgt Joop een telefoontje van Philip, een oude schoolvriend, of hij zin heeft om langs te komen in Philips appartement. Zij hebben elkaar al jaren niet meer gezien. Philip vraagt hem of hij undercover wil werken voor de Mossad (de IsraŽlische geheime dienst). Hij moet toevallig in contact zien te komen met Omar, een jonge Nederlandse Marokkaan, die ervan wordt verdacht een terrorist te zijn. Al heel vlug in het boek gebeuren er dus al veel dingen, dat is iets wat mijn aandacht er altijd wel bij houd.
In eerste instantie wil Joop weigeren, maar door een telefoontje dat hij krijgt tijdens het gesprek, verandert zijn hele leven. Mirjam, zijn enige dochter voor wie hij zorgt na zijn scheiding, ligt zwaar gewond en in coma in het ziekenhuis. Joop denkt dat iemand een grap met hem wil uithalen maar gaat toch samen met Philip naar het ziekenhuis. Mirjam sterft s nachts aan haar verwondingen. Joop geeft in een roes van verdriet toestemming voor een harttransplantatie. Hij vervalt in een diepe rouw. Een hele grote wending in het verhaal, zo is ook heel duidelijk te zien wat bepaalde dingen met mensen kunnen doen.
Dan, op een dag, komt God langs. Hij is in tranen en geeft zijn leven aan Joop: Mijn leven is nu voor u! Doet u ermee wat u wilt. Het was mijn schuld! God bood Mirjam een lift aan nadat ze had gesport in zijn school. Hij moest dezelfde richting op als Mirjam, dus kon ze makkelijk bij hem achterop. Door een samenloop van omstandigheden, lag er een olievlek op de snelweg, een auto slipte en botste tegen de motor van God aan. Joop kan het hem niet vergeven dat hij haar achterop heeft genomen. Maar God blijkt een goedmoedige en vriendelijke jongen te zijn die alles voor Joop overheeft (hij heeft zelfs zijn sportschool verkocht en wil van het geld dat hij ervoor heeft gekregen een tempel op het graf van Mirjam laten bouwen en bekeert zich tot het jodendom). Zelf vond ik dat wel heel erg drastisch, het geloof speelt geen hoofdrol in dit boek, maar ook zeker geen bijrol. Ik kon niet opmaken of God nou wel of niet gelovig was voordat hij zich tot het jodendom bekeerde, maar door zijn bekering werd absoluut wel duidelijk gemaakt dat het om oprechte spijt en rouw ging.

Door deze ongelukkige omstandigheden in Joops leven gaat hij toch in op Philips aanbod, voornamelijk voor het geld. Iets wat ik best dapper vind aan Joops persoonlijkheid, bij de geheime dienst ga je niet zomaar. Ik denk dat hij vooral gedreven werd door het verdriet van het verliezen van Mirjam. Hij raakt inderdaad aan de praat met Omar, die een aardige en praatgrage jongeman blijkt te zijn. Ze krijgen een band. Omar wil een postorderbedrijf voor moslims op internet zetten en heeft veel vrienden die hacken. Dan komt Linda opeens opduiken, een nicht op wie Joop vroeger verliefd was. Zij is bekeerd tot het boeddhisme en is met een monnik in Amerika om via fondsen geld te krijgen voor een klooster in Tibet. De verschillen in de geloven zijn niet van de lucht.
Linda en Joop worden opnieuw verliefd op elkaar. Zij beweert dat de monnik de reÔncarnatie is van Joops grootvader die voor de oorlog miljoenen heeft achtergelaten op een Zwitserse bank. In eerste instantie gelooft Joop het niet, maar nadat hij de man heeft gezien en met hem heeft gesproken begint hij toch te twijfelen. Samen met de directeur van een bank worden er papieren opgesteld en Joop zet zijn handtekening eronder. Nadat hij dat heeft gedaan hoort hij niets meer van Linda, hij is bedrogen en naar de miljoenen kan hij fluiten.
Plotseling wil Joop weten wie het hart van zijn dochter heeft gekregen na het ongeluk. En omdat de familie van de draagster van Mirjams hart zich niet kenbaar wil maken, komt Joop op het idee dat Omar en zijn vrienden hem daar wel eens mee zouden kunnen helpen.
Philip komt erachter dat Joops relatie met Omar anders verloopt dan de bedoeling is en moet Omar nu liquideren. Iets totaal onverwachts, wat voor mij weer een enorme wind door het verhaal liet waaien zeg maar.
Philip heeft ervoor gezorgd dat de dochter van een Iraanse sympathisant van de Mossad, Alia Nuri, het hart van Mirjam heeft gekregen. Als Omar erachter zou komen waar zij in werkelijkheid verblijft (in Portland) in plaats van Parijs waar Omars vrienden denken dat zij is, zou het heel gevaarlijk zijn voor de Iranese familie en voor de Mossad. Van Omar hoor je in het boek niets meer terug. Philip helpt Joop verder en zorgt ervoor dat hij Alia Nuri kan ontmoeten zonder dat zij weet wie Joop is.
Het boek eindigt met een epiloog, nadat Joop weer thuis is en met God praat over wat er allemaal is gebeurd met Linda en de ontmoeting in Portland. Verder schrijft God in de epiloog over de mensen die op 22 december 2000 door het noodlot betrokken waren bij het ongeluk. Waar Omar is gebleven is voor mij een raadsel gebleven, maar in elk geval geen open einde, wat ik bij dit boek ook helemaal niet gepast zou vinden. Dan zou je haast een vervolg verwachten.

Het taalgebruik van het boek is vrij simpel, iets wat je niet snel ziet bij een boek van Leon de Winter. Er werd in ABN geschreven, behalve als er engelse uitdrukkingen werden gebruikt (dan werd dat cursief geschreven) of als Philip aan het woord was, was er af en toe een rare zin, maar dat werd dan gelijk verbeterd door Joop.
Het verhaal is geschreven met redelijk makkelijke en korte zinnen. Er zit veel korte dialoog in het boek, erg leuk vond ik deze:

Wat vond je van haar? Vond je haar een vieze slet?
Nee, waarom zou ik?
Nou, omdat ze t zomaar met je deed.
Ze deed t niet zomaar.
Hoe heette ze?
Linda, zei hij.

(Blz. 283)

De pro- en epiloog waren toch zeker wel het meest ingewikkeld van het boek, zoals in de proloog:
Het volgende is zo goed als zeker de reden van de bewegende continenten: de aardkorst bestaat uit los van elkaar schuivende tektonische platen. Op de bodem van de oceaan bevinden zich bergketens die als de naden van een voetbal over de hele aarde meanderen.
(Blz. 10)

Het boek deed eigenlijk helemaal geen beroep op de fantasie van de lezer. Leon de Winter heeft in dit boek alles zů in detail beschreven, dat je er bijna niet meer bij hoeft na te denken. Voor mensen die graag hun eigen hersens willen laten werken, zou ik dit boek dus wel afraden. Aan de andere kant is het voor mensen die dat juist nŪet willen, natuurlijk wel een heel geschikt boek. Voor mij lag het een beetje in het midden, het verhaal spreekt me heel erg aan, maar het is wel leuk als de schrijver jou ook wat geeft om zelf over na te denken.

Het boek speelt zich af in het jaar 2000, gedurende een periode van ťťn jaar. Het verhaal begint met een proloog, een informatieve opening, waarin een aantal dingen (zoals het ongeluk) worden uitgelegd. Daarnaast bestaat het boek uit drie delen, net zoals in A kiss before Dying, maar dan niet verteld vanuit drie verschillende personen. Deze drie delen zijn stukken uit Joops leven. Het verhaal begint met de dood van Joops dochter Mirjam. En langzamerhand zie je steeds meer hoe hij de dood van zijn dochter verwerkt.
Het verhaal is chronologisch verteld, met wel een aantal flashback. Dat is wanneer de personen vertellen over hun verleden. Bijvoorbeeld Joop die vertelt over zijn relatie met Ellen, of Omar die vertelt over zijn criminele jeugd. Er zit ook een flash-forward in het verhaal. Het begin van deel twee bevat een soort van versnelling van het verhaal. Januari ging voorbij. Op elf februari 2001 begon het te regenen. Het is niet een gigantische sprong in de tijd, maar de maand januari maak je niet mee als lezer zijnde.
Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Los Angeles, V.S., in het huis waar Joop en Mirjam wonen, in een aantal restaurants en in het ziekenhuis.
In sommige flashbacks speelt het verhaal zich af in Nederland. Een klein deel van het verhaal speelt zich ook nog af in San Francisco, waar Joop met Omar naartoe gaat om Linda te bezoeken.

De belangrijkste personen uit het verhaal zijn:

Joop Koopman

Joop is de hoofdpersoon in dit verhaal. Joop is een gescheiden man met ťťn dochter, Mirjam. Hij is een beetje een naÔeve man, die zonder dat hij er iets aan kan doen in de problemen raakt.
Joop is een niet zon succesvolle scriptschrijver, die er door ťťn succesvolle opdracht toch net van kan rond komen.
Als Joops dochter verongelukt, stort zijn leven in. Hij kan niet meer zo goed werken en om toch nog wat geld te verdienen, besluit hij dan toch undercover te gaan werken voor de Mossad.

Mirjam Koopman

Mirjam is de dochter van Joop. Het verhaal begint op haar 17e verjaardag. Mirjam is een knap en populair meisje met veel vrienden. Als ze op haar verjaardag met Erroll (God) op de motor meerijdt, krijgen ze een ongeluk en sterft ze dezelfde avond nog aan haar verwondingen.

Ellen

Ellen is de ex- vrouw van Joop. Samen met hem heeft ze ook ťťn dochter, Mirjam.
Omdat Ellen op een zakenreisje vreemd ging zijn Joop en zij gescheiden. Ellen koos voor haar werk en besloot om terug naar Nederland te gaan en Mirjam achter te laten bij Joop in Los Angeles. Zij is meer een bijzaak in het verhaal.

Philip

Philip is een oude vriend van Joop. Hij werkt nu voor de Mossad en omdat hij een Nederlands sprekende undercover nodig heeft, zoekt hij zijn oude vriend Joop weer eens op. Philip is een aardige man, maar oefent wel veel druk uit op Joop, waardoor er vaak ruzies ontstonden.

Erroll / God

Erroll wordt ook vaak God ( van Godzilla) genoemd, omdat hij zo groot en sterk is.
Erroll heeft een sportschool Gods Gym, maar nadat hij en Mirjam een ongeluk krijgen waarbij zij sterft, verkoopt hij de school om een tempel voor Mirjams graf te bouwen.
Erroll is een zeer meegaand en behulpzaam persoon. Dat merk je vooral wanneer hij Joop helpt na het verlies van zijn dochter.

Omar van Lieshout

Omar werkt mee met terroristische acties en heeft een heeft een gewelddadig leven achter zich. Joop moet zo veel mogelijk van Omar te weten komen, maar komt er uiteindelijk achter dat Omar toch best wel aardig is. Ze worden dan uiteindelijk ook vrienden.
 

HOME

RECENSIES : | Sleuteloog - Hella Haasse | Dooi - Rascha Peper | God's gym - Leon de Winter | De stad der blinden - Jose Saramago | De voorlezer - Bernard Schlink | De zonnewijzer - Maarten 't Hart | De passievrucht - Karel Glastra van Loon | De hydrograaf - Allard Schroder

Enter content here


Enter supporting content here