Make your own free website on Tripod.com
Leesclub Nieuwerkerk
De hydrograaf - Allard Schroder

Enter subhead content here

HOME

RECENSIES : | Sleuteloog - Hella Haasse | Dooi - Rascha Peper | God's gym - Leon de Winter | De stad der blinden - Jose Saramago | De voorlezer - Bernard Schlink | De zonnewijzer - Maarten 't Hart | De passievrucht - Karel Glastra van Loon | De hydrograaf - Allard Schroder

NRC Handelsblad van 26-04-2002 Pagina 33 boeken recensie

Het leven is mooi, maar waar is het?

Elsbeth Etty

Een bedwelmende roman van Allard Schröder

Een natuurkundige die de leer van de zeeën onderzoekt met het oog op de belangen van de scheepvaart, dat is een hydrograaf. Op het eerste gezicht lijkt het een weinig poëtisch beroep en voor een romanticus als Allard Schröder nauwelijks aansprekend. Toch is het niet de eerste keer dat de auteur van succesvolle romans als Raaf (1995) en Grover (1999) in de huid kruipt van een op het oog dodelijk saai personage. En ook het element water, als alternatief voor of zelfs een vlucht uit aardse beslommeringen, is hem niet vreemd. In het titelverhaal van zijn bundel Het pak van Kleindienst (1996) probeert een duiker met behulp van een ingenieus pak, ontworpen door Gotthelf Kleindienst, voor eeuwig onder water te blijven. Zijn gedrag is een illusoire vlucht uit de gevangenis van zijn lichaam, illusoir omdat bevrijding pas gevonden kan worden in de dood.

Graaf Franz von Karsch-Kurwitz, de hydrograaf uit Schröders nieuwe roman, is al 56 jaar dood als het boek begint. In 1945 is hij in zijn vaderland, Duitsland, per ongeluk doodgeschoten door een Amerikaanse soldaat. Onverdiend, want van de nazi's had hij niets willen hebben. Sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog leidde hij, meer dood dan levend, een teruggetrokken bestaan in een geblindeerde kamer, zijn verveling verdrijvend met opium.

Schröder stelt zich in De hydrograaf op als biograaf van deze fictieve edelman uit Pommeren. Op basis van Karsch' karige nalatenschap concludeert hij dat de man noch een tragisch, noch een ironisch personage is geweest, omdat hij `als zovelen in zijn tijd al een stem in het koor was geworden waar niemand tragisch of ironisch is.' Deze tijdsaanduiding wijst terug naar de periode voorafgaande aan de Eerste Wereldoorlog, die niet alleen het einde van de negentiende eeuw inluidde, maar ook het einde van Franz von Karsch' onschuld.

Zoals alle personages van Schröder is ook deze Karsch een buitenstaander, een man zonder veel talent, die onder druk van allerlei gebeurtenissen in een identiteitscrisis verzeild raakt. Om de precieze beschrijving van die innerlijke storm, een soort emotionele revolutie, is het de biograaf van Karsch te doen. Zoals de hydrograaf met zijn instrumenten de zeestromingen meet, zo peilt Schröder de ziel van zijn protagonist.

Spookbeelden

Als aanleiding neemt hij Karsch' laatste grote zeereis op de viermaster Posen, die in 1913 uit Hamburg vertrekt en zo'n drie maanden later in Valparaiso aankomt. Niet zozeer de reis zelf is belangwekkend, als wel de kleine voorvallen die de oorzaak zullen worden van de spookbeelden waarmee Karsch de rest van zijn bestaan verder moet leven.

Schröder houdt ervan zijn verhalen te gieten in mythologische vormen en zijn personages dragen veelal allegorische namen. Zo verwijst de tweede naam van de hydrograaf, Kurwitz, naar zijn dubbelzinnige relatie tot de zee. Ooit, in zijn jeugd, heeft de zee hem genezen van een huidaandoening en de eerste erotische gevoelens in hem opgewekt. Tegelijkertijd bakt de zee hem als onderzoeker de ene onbegrijpelijke poets na de andere.

Tegenpolen van de adellijke hydrograaf aan boord van de Posen zijn de salpeterhandelaar Moser en de gevaarlijk levende homoseksuele classicus met de omineuze naam Ernst Totleben. Moser is een nazi avant-la-lettre, een platvloerse figuur, verstoken van fantasie en behept met het rancuneuze gelijkheidsstreven van de verongelijkte kleine man, die hoopt dat oorlog uitkomst zal brengen. De classicus vertegenwoordigt de poëzie, de levens- en doodsdrift die de hydrograaf ontbeert. Totleben, bedenkt hij jaloers, `zocht de dood en daarmee het leven'. Totleben heeft `een verhaal van zijn leven gemaakt. Toegegeven, een smoezelig verhaal, maar toch. Hij Karsch had zich eigenlijk alleen maar verveeld.'

In een sombere overpeinzing vergelijkt Karsch zichzelf met Diogenes: hij leeft als een gevangene in een ton, maar nooit zal hij het deksel wegduwen en honend naar de wereld kijken, nooit met een lampje op klaarlichte dag op zoek gaan naar echte mensen, laat staan in het openbaar masturberen. `Het leven is mooi, Franz!', mijmert hij. `Ja, ja, maar waar is het?'

Even hoopt hij dat het leven zich aandient in de persoon van een nieuwe passagier die in Lissabon, waar de Posen een tussenstop maakt, aan boord komt. Franz is dan juist met Moser wezen passagieren en heeft in een café deze, aan Pessoa ontleende, regels onder ogen gekregen: `Ik ben niets. Ik zal nooit iets zijn. Ik kan ook nooit iets willen zijn. Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld.' Het eerste deel van de tekst verklaart hij van toepassing op zichzelf, het tweede niet en dat spijt hem.

Kort nadat hij van Totleben heeft geleerd dat niet Poseidon de god van de zee is maar Aphrodite, ontwaart hij aan de reling van de Posen de nieuwe passagier, een mooie blonde vrouw. `Het was alsof de onbekende niet in Lissabon aan boord was gekomen, maar dat ze hier, midden in de windstilten, door een hand uit de hemel op het dek van de Posen was gezet.' Asta Maris heet ze, de personificatie van de zee en voor Karsch even ondoorgrondelijk als het object van zijn studie. Hij wordt verliefd, er ontstaat iets dat op een affaire lijkt, maar Asta Maris blijkt nog minder toegerust voor het leven dan Karsch. Zij kan niet op eigen benen staan, de naam Asta wijst erop, en is gedoemd in haar rum- en opiumroes op de wereldzeeën te blijven ronddobberen.

In Valparaiso verdwijnt Asta Maris uit zijn leven en daarmee houdt ook zijn interesse voor de hydrografie op. `De zee trekt niet meer'. Eerder al was hij doordrongen geraakt van het inzicht dat de zee evenals hijzelf bestaat uit dode materie, die leeft.

Visioen

Maar hij wil niet langer dode materie zijn. De reis heeft hem een visioen bezorgd waarin een groot en onweerspreekbaar `nee' is opgeglansd. Een nee tegen de afzijdigheid, een nee tegen de verveling, een nee dat op den duur omslaat in een ja: aanvaarding van het leven, een drang om het lot in eigen hand te nemen en het deksel van de ton waarin hij gevangen zit op te lichten. Dit visioen is ingegeven door een schuldgevoel uit zijn jeugd. In plaats van zelf zijn militaire dienstplicht te vervullen heeft zijn vader indertijd bewerkstelligd dat een boerenjongen als remplaçant zijn plaats innam. Iemand heeft dus namens hem geleefd. Nu wil hij eindelijk zelf leven.

Inmiddels is de Wereldoorlog uitgebroken. Karsch neemt dienst en wordt in België in overspannen toestand aangetroffen tussen de linies, op zoek naar de remplaçant wiens plaats hij wil innemen om namens zichzelf te vechten en te sneuvelen. Het opsporen van de plaatsbekleder is een onvervulbare wens. Een mens leeft maar één leven, of zelfs dat niet.

De hydrograaf is geen historische roman, maar een verhaal over mensen die zich misplaatst voelen in dit bestaan en als gevangenen van de dood door het leven gaan. Het is een klein verhaal, dat Allard Schröder te vertellen heeft, over een ongelukkige `rite de passage', een mislukte ontsnapping van een benarde ziel uit zijn zelfgebouwde kerker. Maar al gebeurt er niet veel, klein is toch niet het goede woord, gegeven de weidsheid van de thematiek en de vervoerende taal. Taal waarin Schröder af en toe lijkt te zwelgen, zonder echter zijn zelfbeheersing te verliezen. Zijn zorgvuldig geformuleerde zinnen zijn stuk voor stuk beladen met betekenis en nooit eenduidig. Al vaker is opgemerkt hoe oogverblindend Schröder weersgesteldheden beschrijft een talent dat hij ook in De hydrograaf ruimschoots etaleert , maar minstens even bedwelmend zijn de fijne schakeringen waarin hij de emotionele gesteldheden van zijn hoofdpersoon schildert. Daarmee verricht hij een kunststuk dat van het onbetekenende levensverhaal van een hydrograaf literatuur maakt als het peilloos diep der zee.

Allard Schröder: De hydrograaf. De Bezige Bij, 204 blz. 18,50.

Karsch voelde zijn adem stokken. Daar, in die kleine, bedompte hut begreep hij wat de zee in werkelijkheid was: geen vlakte met einder en bruisende golven waaruit bruinvissen vrolijk opsprongen - nee, de zee was als de zon, die aan haar oppervlakte scheen te kolken alsof het één grote oceaan was en die van binnen heet en wit was, zoals in de diepten van de zee koude en duisternis heerste. Zon en zee waren dode materie, die leefde.
-------------
 
 Het boek was qua verhaal weinig verrassend, maar al tijdens het lezen van het boek besefte ik dat de schoonheid van het werk niet in het verhaal an sich zit. Nee, misschien helemaal niet, maar de echte schoonheid, die er zeker is, zit in dit boek in de dichterlijke manier van schrijven, de diepe psychologische verschijnselen, doorvlochten met een zeer existentiële filosofie. Dat is de schoonheid voor mij van dit boek.

Samenvatting: graaf Franz von Karsch-Kurrwitz gaat in 1913 in Hamburg aan boord aan het schip Posen, met de bestemming Valparaiso (Chili). Karsch is hydrograaf van beroep en de lange reis over zee dient om onderzoek te doen naar de theorie achter de golven en het weer. Voor hem is het meer een tijdelijke vlucht uit zijn oersaaie bestaan in Duitsland. Aan boord leert hij de zakelijke en burgerlijke Moser kennen, een salpeterhandelaar, met wie hij weinig op heeft, hoewel ze veel samen optrekken op het schip en de leraar klassieke talen Dr.Todleben, een duistere wijsgerige heer. In Lissabon komt een nieuwe passagier aan boord; de Nederlandse actrice Asta Maris. Na verloop van tijd raakt Karsch verliefd op haar. Ze meren aan in Rio de Janeiro, waar Karsch Maris en Todleben samen ziet weggaan. Uit verstikte woede gaat hij met Moser mee naar de prostituees van de stad. Na veel drank en een nacht daar keert hij terug naar het schip. Daar blijkt dat Dr.Todleben gevangen is genomen. Na neergeslagen te zijn in een steegje is hij met vals paspoort gevonden en in een ziekenhuis verpleegt en gevangen gezet, om uitgeleverd te worden aan Duitsland. Maris zegt er verder niets van te weten en ook Karsch laat de zaak rusten. Naarmate de reis vordert raakt hij steeds verliefder op de ietwat mysterieuze Maris. In een hevige storm op zee raken ze haar kwijt. Ze wordt stomdronken en stijf van de opium gevonden in het ruim. Karsch brengt haar terug naar haar kamer. Daar blijkt ook zij verliefd te zijn. Maar Karsch beseft dat het niets kan worden. Alleen op de zee, zoals ze nu varen hebben ze enige toekomst. Thuis in het beklemmende Pommeren zouden ze geen toekomst hebben. Ze bereiken Valparaiso waar Maris en Karsch scheiden, zonder afscheid te hebben genomen. Terug in Duitsland neemt Karsch dienst in het leger, om zijn ingehuurde vervanger in de dienst (zijn vader had hem ontheven van militaire dienst door een arme vervanger te regelen uit het dorp) en gedraagt hij zich niet meer naar de saaie conventies van zijn oude adellijke bestaan. Hij lijkt langzaam krankzinnig te worden. Ver na de 2de Wereldoorlog maakt een notaris de erfenis op en schakelt daarbij de hulp in van de voormalige huishoudster van graaf Karsch in. Het blijkt dat Karsch in 1917 gewond raakte en daarbij een verwaarloosde syfilis had (naar de verklaring van een marinearts). Na de Eerste Wereldoorlog keert Karsch terug naar het landgoed waar hij rustig voort leeft. Tot hij het landgoed in de oorlog verkoopt aan een hoge nazi partijbons. Langzaam wordt hij gek (door de syfilis) en begrijpt zijn personeel hem helemaal niet meer. Zijn leven eindigt doordat tijdens de bevrijding in 1945 een Amerikaanse soldaat Karsch, per ongeluk doodschiet.

Schrijfstijl: Schröder hanteert een nogal dichterlijk, breedsprakig taalgebruik. Hij voorziet het van nogal wat moeilijke, niet alledaagse woorden. Om hier wat voorbeelden te geven: bergère, remplaçant enz. Schröder lijkt daarbij een liefde te hebben voor lange redeneringen en uitvoerige beschrijvingen van het weer en mensen.
Ruimte: Het verhaal speelt zich af op het schip de Posen, met tussenstops in Lissabon, Rio en eindigend in Valparaiso. Terugblikken naar de vroegere jaren van Karsch gaan terug naar zijn leven in het ouderlijke landgoed in Pommeren en Berlijn.
Verhaalfiguren: graaf Franz von Karsch, hydrograaf van beroep, hij is een uiterst gesloten man, helemaal geworden wat de conventies van hem gemaakt hebben. Hij heeft een vrij negatief zelfbeeld en blinkt uit door zijn middelmatigheid. Hij heeft weinig echte interesses en lijkt zich altijd ietwat terughoudend en beschaamd (over zichzelf) op te stellen. Hij is niet een man van passie dus. Eerder een zwijgzame man die wat teruggetrokken de wereld bekijkt vanuit zijn eigen geestelijke, negatieve, wereld. Hij durft geen dromen te koesteren.
Amilcar Moser, de salpeterhandelaar uit Triëst. Een zelfverzekerde man van middelbare leeftijd. Hij is vrij burgerlijk, heeft een niet aflatend geloof in de vooruitgang en de feitelijkheden. Hij is een uiterst extraverte ongedwongen burgerman
Dr. Ernst Todleben, de leraar klassieke talen. Hij is een ietwat mysterieuze man. Hij is een denker. Hij heeft een vrij donkere filosofie waarin de doodsdrift en een niet stervende Eros centraal staan. Hij wordt uiteindelijk in verband gebracht met de dood van een jonge jongen, die waarschijnlijk te veel geluisterd heeft naar de morbide filosofieën van Todleben, vandaar zijn mysterieuze vlucht uit Duitsland.
Asta Maris, een Hollandse actrice (of pianiste, dat wordt niet heel duidelijk), ze is van lagere afkomst en niet heel jong meer. Maar ze schijnt een knappe vrouw te zijn. Ze lijkt heel keurig en het feit dat ze opiumverslaafd is schokt Moser en Karsch. Ze beweegt zich niet heel gracieus en heeft heel sterk stemmingswisselingen, waarin ze zich soms dagenlang opsluit in haar kajuit.
Situaties: Het verhaal begint met de inscheping in Hamburg van onder andere de 3 heren. Ze doen Lissabon aan waar Maris aan boord gaat. Ze varen de oceaan over, doen Rio aan, maken een zware storm mee, varen langs de Kaap (waar ze in de verte het ijs van de Zuidpool zien) en voelen de kou. In Valparaiso scheiden hun wegen. Karsch gaat bijna onmiddellijk terug naar Duitsland. Daar ontmoet hij nog eenmaal Agnes Saëz. Zij was het meisje met wie hij voorbestemd was, door de families, te trouwen. Dat gaat (gelukkig) niet door omdat Agnes nu, in zijn afwezigheid, met een zakenman verloofd is. Hij neemt dienst in het leger als officier, raakt in de Eerste Wereldoorlog gewond en wordt uiteindelijk als oude, wat seniele man, per ongeluk bij de bevrijding doodgeschoten in 1945.
Vertelwijze: Zoals ik al aangaf geeft de auteur er de voorkeur aan nogal breedsprakig te zijn, vele dichterlijke uitwijdingen te geven. Alles door het een auctoriaal perspectief (het verhaal begint met een klein woordje van de alwetende verteller aan de lezer).

Hoofdgedachte: Het (geestelijk) leven van een wetenschapper,zonder enige glans, verandert drastisch door verwikkelingen van de toevalligheden in zijn leven
De inleiding door de verteller is hiervoor al gelijk kenmerkend. Hierin wordt al meteen aangegeven dat sommige levens ogenschijnlijk saai verlopen zijn. Ook de zakelijke en wat gevoelloze manier waarmee huishoudster Maria Zick haar relaas doet over de latere jaren van graaf Karsch getuigen niet van glans in het leven van Von Karsch. De toevalligheden zijn natuurlijk de ontmoeting met Asta Maris, zijn toevallige dood tijdens de bevrijding in 1945, het oplopen van de syfilis. Door Asta Maris gaat Karsch anders de wereld inkijken, hij is verliefd geweest en tot zijn dood koestert hij met heel veel liefde de herinneringen aan de reis over zee.
De titel verwijst naar Karsch, die zichzelf als niet meer ziet dan toevallig een hydrograaf van middelmaat. Karsch is in eigen ogen dus niets meer dan een gewone hydrograaf. Alwaar dat de enige eigenschap die men aan de gesloten Karsch zou kunnen toekennen.

Plaats in de literatuurgeschiedenis: In 1989 verscheen de eerste roman Schröder de gave van Luxuria, er volgde naast vertalingen, essays en dramas nog meer romans. De hydrograaf kreeg de AKO-literatuurprijs in 2002. Het pak van kleindienst uit 1996 gaat over een duiker. Hierin treffen we dus de mogelijke liefde van de schrijver voor het water, dat ook in de hydrograaf van groot belang is. In de werken Raaf(1995) en Grover(1999) zien we ook de thematiek terug. De zoektocht van de hoofdpersonen naar kernbegrippen als liefde en moraal en vooral toch de zin van het leven. In zowel de Hydrograaf als deze 2 boeken zorgt het onverwachte, het toeval, het lot tot wendingen in leven van de hoofdpersonen.
In de pers werd het werk van Schröder wel met het tijdloze en beschrijvende van Bordewijk vergeleken, het symbolisme en fantastische met W.F.Hermans. Het zelf- en wereldbeeld van Karsch doet me enigszins denken aan dat van de hoofdpersoon uit Sartres Walging uit 1938.

Beoordeling

Graag zou ik nu een uiteenzetting willen geven van mijn persoonlijke beoordeling van de hydrograaf. Ik heb weinig anders dan lof te dichten, maar toch zijn er enkele puntjes van mindere kant die ik naar voren wil brengen.
Het verhaal op zich, zoals ik al eerder aan gaf was weinig opzienbarend. Soms zijn de bladzijdes waarin Schröder overgaat op zijn lange beschrijvingen van de horizon, het weer en personages ietwat saai van aard. Het gegeven, van een saai wetenschapper die op reis gaat en daar psychisch verandert door spelingen van het lot is op zich niet heel moeilijk gevonden of van een ingewikkelde verhaallijn voorzien. Op zich is het jammer, denk ik, dat hij soms zijn verhaal niet iets heeft verlevendigd. Vaker komt het boek dan erg archaïstisch over.
Dat zal zeker veroorzaakt worden doordat iemand als Karsch de hoofdpersoon is. Hij mist het joyeuze van Maris, het geheimzinnige van Todleben en het krachtige, zij wat domme van Moser. Als hoofdpersoon blijft hij het hele boek een wat kleurloos, op de vlakte levend persoon wat zeker niet uit de verf komt. Misschien is de hoofdpersoon Karsch, die een saai mens is, wel de schuld van het feit dat het verhaal soms wat langdradig overkomt op de gemiddelde lezer (zoals ik er een ben).
Waar het aan het oppervlak (de verhaallijn) sterk ontbrak aan kleur, zit daartegenover dieper in het verhaal een prachtig klankenspel waarin niet het gehele schilderij (het verhaal) maar de nuance de schoonheid biedt (psychologische en filosofische gronden). Over de psychische waarde van het boek kan ik natuurlijk zeggen dat die zeer interessant was. Heel opmerkelijk was dat we bij de jonge Karsch, als kind, een kinderneurose kunnen lezen in het boek (de passage op bladzijde 30 de dagelijkse...zou opzwellen). Vroeger, in de hogere zeer conventionele klassen (waar ook Karsch een lid van is) kwamen neuroses zowel onder kinderen als volwassenen veel voor. Voornamelijk uit het feit dat men geen weg wist tussen de innerlijke frustraties (voortkomend uit seksuele driften) en de maatschappelijke conventies. Die strijd, een neurose, zien we ook in de flashback van Karsch naar zijn jeugd toe, terug.
Ook het gegeven dat, wanneer de oude Karsch vrijwel compleet krankzinnig is nog spreekt over de salpeterhandelaar en over Maris duidt niet alleen op iets interessants maar nog meer op iets heel moois. De oude heer die in een zekere melancholie terugkijkt op passages uit zijn leven. En dan, nog een maal, ziet hij de Posen, de burgerlijke Moser en de knappe Maris. Nog een maal herleeft het verleden in de gedachtes van die ene oude graaf. Ik vind dat persoonlijk een mooi gegeven. Het heeft voor de lezer iets romantisch. De oude, stugge graaf die toch nog even blijk geeft van het idee dat de boottocht, ruim 30 jaar eerder, emotioneel heel belangrijk voor hem was. Dat hij Asta Maris niet is vergeten met het verstrijken van de dagen en dat hij toch, meer hart heeft dan hij heeft laten blijken en dat hij achteraf gezien als mens zijn mislukkingen gezien heeft en nu mijmert over de voorbije dagen, als een schuldbekentenis aan het verleden. Dat wat vergeten leek, leeft diep in de mens.
De persoon Dr.Todleben (wiens naam wel verdacht veel en toch subtiel verwijst naar zijn filosofie) is ook een werkelijke bijdrage aan het verhaal. Zijn filosofie, over de moedigheid en de bereidheid te sterven is niet alleen een aardig tijdsbeeld van de filosofie van Nietsche en zijn navolging aan het begin van de 20ste eeuw (al wordt Nietsche nergens genoemd), nee de filosofische overpeinzingen die Karsch aan de gedachtes van Todleben overhoudt zijn interessant, ze voeren de lezer mee naar de diepte van de filosofie. Todleben lijkt op de lezer niet zomaar als een doemdenker over te komen. Niet op mij, in iedergeval, vooral als een visionair die wijst op de betrekkelijkheid van Mosers filosofie van de voortdurende vooruitgang van mens en wetenschap. Todleben roept het een halt toe door te wijzen op de principiële herhalende grondbeginselen van de mens en de maatschappij ( de seksuele driften en de zijnsvergetelheid van de mens). De werking die de gedachtes van Todleben op Karsch hebben zijn dus zowel in psychisch als in filosofische zin interessant en vinden in beiden een benadering ( de manier waarop Karsch erop reageert is psychisch interessant, wat hij ermee doet is filosofisch interessant).
Schröder blijkt daarnaast heel goed (zij het, zoals ik al aangaf, niet altijd) hele mooie beschrijvingen te kunnen geven. Ik kan hier natuurlijk niet achterblijven daarvan een aantal voorbeelden aan te halen Hoe verder ze naar het zuiden voeren, hoe langzamer het leven werd, hoe bedachtzamer hun bewegingen, hoe gedempter hun stem. Er waren wolkjes als ze praatten.. Als je dat zo leest, zie je Asta Maris en Franz von Karsch samen op het dek staan van een wit schip, een weke zon en in de verte ijskappen en wolkenstoeten. Die zinnen doen de lezer de situatie beleven, herkennen en werkelijk ervaren. Nog een klein voorbeeld wat ik wil geven komt uit de inleiding door de verteller, waarin hij beschrijft dat het soms lijkt, na iemands dood, of er niets van waarde heeft plaatsgevonden in het leven van de overledene: zo gaat het met veel levens, de hartstocht waarmee ze zijn geleefd is meestal aan de wereld voorbijgegaan, hun klaroenstoten zijn nergens vernomen, waardoor er later wordt aangenomen dat die er dan ook wel niet geweest zullen zijn.. deze zin beeldt niet alleen heel mooi, haast lyrisch een melancholische gedachte uit, nee, het raakt de lezer werkelijk. Misschien is het wel een trieste gedachte en zouden we medelijden kunnen vinden in de manier waarop ook Von Karschleven voorbij ging, maar inderdaad, we zijn toch maar buitenstaanders die nooit zullen vernemen hoe het heel diep van binnen met Karsch ging. Wij zullen nooit weten of hij werkelijk dezelfde man was die aan boord ging van de Posen en de man die uitstapte in Valparaiso. De wereld, zo zei Schopenhauer al, zit in je hoofd, die maak jezelf. En zo zal het zeker met Karsch geweest zijn. Zijn diepste gevoelens, verstikt in zijn tijdsgeest, in het koor waarin hij klonk, weten we nooit, al krijgen we een idee, de klaroenstoten zijn wellicht voor ons verstomd. Karsch heeft toch geleefd, hij was toch een man. Misschien lijkt hij een stem uit een koor, toch.en zeker..was hij een mens. En ik denk dat de nuance die ik eerder beschreef dat beter tot zijn recht liet komen als een algemeen spectaculair verhaal had kunnen doen, misschien had het niet beter kunnen gebeuren.
 
----------
Weergave inhoud

Graaf Franz von Karsch-Kurrwitz, docent aan een oceanografisch instituut, gaat in 1913 in Hamburg aan boord aan het schip Posen, met de bestemming Valparaiso (Chili). Karsch is hydrograaf van beroep en de lange reis over zee dient om onderzoek te doen naar de theorie achter de golven en het weer. Voor hem is het meer een tijdelijke vlucht uit zijn oersaaie bestaan in Duitsland. Aan boord leert hij de zakelijke en burgerlijke Moser kennen, een salpeterhandelaar, met wie hij weinig op heeft, hoewel ze veel samen optrekken op het schip en hij leert de leraar klassieke talen Dr.Todleben kennen, een duistere wijsgerige heer. In Lissabon komt een nieuwe passagier aan boord; de Nederlandse actrice Asta Maris. Na verloop van tijd raakt Karsch verliefd op haar. Ze meren aan in Rio de Janeiro, waar Karsch Maris en Todleben samen ziet weggaan. Uit verstikte woede gaat hij met Moser mee naar de prostituees van de stad. Na veel drank en een nacht daar keert hij terug naar het schip. Daar blijkt dat Dr.Todleben gevangen is genomen. Na neergeslagen te zijn in een steegje is hij met vals paspoort gevonden en in een ziekenhuis verpleegt en gevangen gezet, om uitgeleverd te worden aan Duitsland. Maris zegt er verder niets van te weten en ook Karsch laat de zaak rusten. Naarmate de reis vordert raakt hij steeds verliefder op de ietwat mysterieuze Maris. In een hevige storm op zee raken ze haar kwijt. Ze wordt stomdronken en stijf van de opium gevonden in het ruim. Karsch brengt haar terug naar haar kamer. Daar blijkt ook zij verliefd te zijn. Maar Karsch beseft dat het niets kan worden. Alleen op de zee, zoals ze nu varen hebben ze enige toekomst. Thuis in het beklemmende Pommeren zouden ze geen toekomst hebben. Ze bereiken Valparaiso waar Maris en Karsch scheiden, zonder afscheid te hebben genomen. Terug in Duitsland neemt Karsch dienst in het leger, om zijn ingehuurde vervanger in de dienst te besparen (zijn vader had hem ontheven van militaire dienst door een arme vervanger te regelen uit het dorp) en hij gedraagt zich niet meer naar de saaie conventies van zijn oude adellijke bestaan. Hij lijkt langzaam krankzinnig te worden. Ver na de Tweede Wereldoorlog maakt een notaris de erfenis op en schakelt daarbij de hulp in van de voormalige huishoudster van graaf Karsch. Het blijkt dat Karsch in 1917 gewond raakte en daarbij een verwaarloosde syfilis had (naar de verklaring van een marinearts). Na de Eerste Wereldoorlog keert Karsch terug naar het landgoed waar hij rustig voort leeft. Tot hij het landgoed in de oorlog verkoopt aan een hoge nazi partijbons. Langzaam wordt hij gek (door de syfilis) en begrijpt zijn personeel hem helemaal niet meer. Zijn leven eindigt doordat tijdens de bevrijding in 1945 een Amerikaanse soldaat Karsch per ongeluk doodschiet.

Analyse

1. Inhoud en structuur

1.1 Soort boek
Het boek is een roman/reisverhaal

1.2 Perspectief
Het boek begint met een klein voorwoord door de schrijver zelf geschreven. Vervolgens wordt er een hij/zij perspectief gebruikt. De gebeurtenissen zie je door de ogen van Karsch, tevens de hoofdpersoon. Dit blijft het hele verhaal zo, behalve bij het laatste hoofdstuk. Daar vertellen een arts en een huishoudster over Karsch.

1.3 Hoofdpersonage
De hoofdpersoon is graaf Franz von Karsch-Kurwitz. Hij is ongeveer 34 jaar en heeft net besloten iets anders te willen doen dan achter zijn bureau zitten en docent zijn aan een oceanografisch instituut, dus daarom besluit hij de zee op te gaan. Eigenlijk vlucht hij door deze actie weg van zijn leven, zijn problemen om het zo maar te noemen. Voor de reis was hij een uiterst gesloten man met een vrij negatief zelfbeeld. Hij blonk uit in zijn middelmatigheid. Hij heeft weinig interesses en lijkt ietwat terughoudend en beschaamd. Hij is niet de man van passies, eerder zwijgzaam en teruggetrokken over de wereld vanuit zijn eigen geestelijke, negatieve wereld. Dromen durft hij niet te koesteren: Ik ben niets. Ik zal ook nooit iets zijn. Ik kan ook nooit iets willen zijn. Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld. Toen ze naar de Posen werden geroeid, herhaalde Karsch de notitie van Senhor de Campos in stilte voor zichzelf. () Het eerste deel was misschien wel op hemzelf van toepassing, het tweede niet en dat speet hem.
Na de reis is hij veel openlijker dan voorheen, hij praat makkelijk zonder diepgang. Ook heeft hij zijn normen en waarden bijgesteld, hij gedraagt hij zich niet meer adellijk. Maar toch lijkt het na zijn zeereis net of hij niet meer leeft, de reis heeft hem eigenlijk geen goed gedaan in dat opzicht. Dat kwam vooral door de opgelopen syfilis bij een hoertje tijdens het aanmeren in Rio de Janeiro. En dat alleen uit woede voor Asta Maris, terwijl zij ook van hem houdt. Hij oordeelt zonder te weten waar de klepel hangt.
Ik vind Karschs medereizigers ook belangrijk, dus deze licht ik ook nog toe (dit gedeelte heb ik niet zelf geschreven en is ook meer als geheugensteun bedoeld voor mezelf).
Amilcar Moser, de salpeterhandelaar uit Triëst. Een zelfverzekerde man van middelbare leeftijd. Hij is vrij burgerlijk, heeft een niet aflatend geloof in de vooruitgang en de feitelijkheden. Hij is een uiterst extraverte ongedwongen burgerman. Dr. Ernst Todleben, de leraar klassieke talen. Hij is een ietwat mysterieuze man. Hij is een denker. Hij heeft een vrij donkere filosofie waarin de doodsdrift en een niet stervende Eros centraal staan. Hij wordt uiteindelijk in verband gebracht met de dood van een jonge jongen, die waarschijnlijk te veel geluisterd heeft naar de morbide filosofieën van Todleben, vandaar zijn mysterieuze vlucht uit Duitsland. Asta Maris, een Hollandse actrice (of pianiste, dat wordt niet heel duidelijk), ze is van lagere afkomst en niet heel jong meer. Maar ze schijnt een knappe vrouw te zijn. Ze lijkt heel keurig en het feit dat ze opiumverslaafd is schokt Moser en Karsch. Ze beweegt zich niet heel gracieus en heeft heel sterk stemmingswisselingen, waarin ze zich soms dagenlang opsluit in haar kajuit.

1.4 Waar en wanneer?
Het verhaal start op 15 april 1913 in Hamburg met het betreden van het schip de Posen. De eindbestemming voor Karsch zal Valparaiso zijn, tussendoor meren ze nog aan in Lissabon en Rio de Janeiro. Terugblikken naar de vroegere jaren van Karsch gaan terug naar zijn leven in het ouderlijke landgoed in Pommeren en Berlijn.
Het boek is geschreven in 2002 en dat was 56 jaar na de dood van Karsch: dat zal ongeveer in 1946 zijn geweest. De laatste jaren zijn echter in vogelvlucht geschreven, en vind ik niet echt horen bij de beslagen periode. De bootreis zelf duurde ongeveer een klein half jaar.

1.6 Chronologisch?
Er worden wel tijdsprongen in het boek gemaakt, vooral aan het einde. Het verhaal na de bootreis wordt eigenlijk in een aantal bladzijde verteld terwijl het verhaal verder alleen over de bootreis gaat. Er zaten een paar kleine flashbacks in, maar die hadden verder geen effect op het verhaal of de manier van lezen.

1.5 Thema
Het boek De Hydrograaf is een biografie van de hoofdpersoon Franz von Karsch-Kurwitz. Verder gaat het om vluchten voor een saai leven. Ik heb wel vaker biografische boeken gelezen, maar kan zo snel niet op titels komen. Ik vind het helemaal niet erg om biografische boeken te lezen, zodra ze maar als roman vertelt worden en niet als een soort publicatie. Dan kan ik zelf ook wel opschrijven hoe mijn leven verloopt, maar of mensen dat leuk vinden?

1.6 Titel
Karsch is hydrograaf van beroep: hij bestudeerd op wetenschappelijke wijze zo ongeveer alles wat met de zee te maken heeft; hij doet onderzoek naar zeegang, wind, stromingen en golven. Eerst doet hij dit nog op kantoor, maar als eenmaal de sleur toeslaat vertrekt hij om op zee zijn metingen uit te gaan voeren.

1.7 Spanning
Wat het boek voor mij erg spannend maakte was dat tot aan het einde het personage Asta Maris boeiend blijft. Ik had haar echter wel beter willen leren kennen, maar tot aan het einde blijft het eigenlijk een open karakter. Dat vind ik een erge tegenvaller van het verhaal. Verder blijft het boek ook spannend doordat je op het einde pas weet wat er gebeurd is in het leven van Karsch. Maar wat Asta Maris betreft: Ik houd niet zo van open eindes. Maar misschien komt er nog een vervolgverhaal?

1.8 Educatie
Ik heb verder niet echt iets geleerd van dit boek, wat dat betreft ligt het niveau niet al te hoog. Had er wat meer wetenschappelijke termen en uitwerkingen van of gedachten over de metingen in gestopt en het educatieniveau had wat hoger gelegen. Ik denk wel dat er een boodschap in het verhaal zit: probeer niet altijd het allerbeste voor jezelf ergens uit te halen, wees tevreden met wat je hebt. Karsch is weggelopen voor zijn leven, en daar is het uiteindelijk alleen maar slechter op geworden. Niet dat je altijd maar tevreden moet zijn met je leven hoor!

1.9 Afloop
Aan het einde lees je door de ogen van Karsch huishoudster dat hij per ongeluk is dood geschoten door een Amerikaanse jongen, Asta Maris komt helemaal niet meer in beeld: zij is van het schip verdwenen zonder afscheid te nemen. Ik vond het einde veels te snel gaan, zo van: pats, boem, klaar. Ik had Asta Maris beter willen leren kennen. Net of het verhaal nog niet af is, terwijl de dood van Karsch toch het einde van een periode aangeeft, het einde van zijn leven en daarmee het einde van zijn biografie. Naar mijn mening bepaalt het einde toch voor het grootste deel de eindbeoordeling, en ik vind dat dan ook een groot minpunt. Ik had er meer van verwacht naar aanleiding van het voorafgaande in het boek.

2. Inhoud en werkelijkheid

2.1 Realiteit
Er wordt nergens gesproken van een waargebeurd verhaal, dus het is in ieder geval niet echt gebeurd, het is fictie. Er kunnen echter best overeenkomsten zijn met het leven van Allard Schröder. Het verhaal had wel echt plaats kunnen vinden in verband met de politieke en culturele achtergrond van het boek: zeppelins waren er nog, en zo zijn er nog een aantal kleine details te vinden. In deze tijd zie ik het in ieder geval niet meer echt gebeuren.

2.3 Tijd invloed op gebeurtenissen?
Ik denk niet dat de tijd waarin het boek zich afspeelt grote invloed heeft op de gebeurtenissen. Het zijn alleen de kleine details die het tijdgebonden maken. En ik hoop ook niet dat er nu mensen zijn die helemaal gezond zijn en er goed uit zien en nooit hun voeten wassen

2.2 Kritiek op wereld
De schrijver levert verder geen kritiek op de wereld waarin het boek zich afspeelt.

2.3 Belangstelling thema
Het thema staat op dit moment niet in de belangstelling en is niet actueel.

2.4 Man-vrouw verhouding
Er valt me hierbij niet speciaal iets op, het enige is dat het in die tijd niet normaal voor een vrouw was alleen verre reizen te maken.

3. Taal en stijl van het boek

3.1 Stijl
De schrijfstijl blijft in het hele boek gelijk. Het is een nogal dichterlijke, beeldsprakelijke stijl van schrijven. Niet alledaagse woorden worden gebruikt om iets heel eenvoudigs aan te geven, als: bergère en remplaçant. Daarbij gebruikt hij erg lange redeneringen en uitvoerige beschrijvingen van het weer en van mensen. Ik vind dat het dichterlijke en de lange beschrijvingen wel passen bij het eerst saaie leven van Karsch.

3.2 Taal
De taal is hetzelfde als de normale omgangstaal. Wat ik erg leuk vond is dat Schröder waarschijnlijk heeft gespeeld met de namen van de personages en de boot. De boot Posen kan slaan op het poseren van de personages op de boot, Asta Maris heeft iets met zeebenen te maken en op zn Antwerps betekent het: als dat het maar is en Todleben slaat op een soort zombie (de naam zegt het eigenlijk al).

4. Uiterlijk van het boek

Aan de kaft van het boek valt me op dat het allemaal in één soort kleur is gedaan, afgezien van het blauw van de schrijversnaam. Het geeft een iets sombere uitstraling. Het boek is verder goed leesbaar, al mochten de letters van mij nog wel een tikkeltje kleiner zodat er meer woorden op één zin passen, dat leest iets prettiger. Het boek is ingedeeld in vier delen waarvan het laatste deel ook van hoofdstuk titels voorzien, dat is erg overzichtelijk. Er staan geen illustraties in. Alleen binnenin (het is een losse omslag) staan een paar regels waar het boek over gaat, dat is wel aardig. De achterkant van het boek beslaat alleen citaten uit recensies, dat vind ik iets minder, ik had liever een samenvatting gezien op diep plek. Hoe goed het boek is maakt de lezer zelf wel uit, dat doen geen recensieschrijvers.

5. En verder

5.1 Aanrader?
Het boek is een aanrader voor mensen die nog niet al te veel leeservaring hebben. Anders is het een tamelijk in eenvoudig in elkaar gestoken boek. Het is geen opgave om doorheen te lezen, maar ik zou wel willen waarschuwen voor een abrupt einde.

5.2 Herlezen
Ik zal dit boek zeker niet nog een keer lezen, daarvoor vond ik het verhaal te makkelijk, evenals het taalgebruik. Het einde, vind ik, zit daarbij ook nog is niet lekker in elkaar.
 
 
 
 

Het verhaal speelt zich af in 1913. Eén jaar dus voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, die de oude Europese standenmaatschappijen op hun grondvesten zou doen schudden. De hoofdpersoon is de 32-jarige Duitse edelman Franz von Karsch-Kurwitz. Franz zit gevangen in een leven van nietsdoen en je stand ophouden. Hij is hydrograaf, en onderzoekt de golfslag van de zee. Het is een saaie baan, die naadloos past in zijn saaie leven.
Kort voor Franz zich zal verloven met een vrouw die door zijn familie voor hem is uitgezocht, wordt het hem teveel. In een impuls scheept hij zich in op een zeilboot die naar Chili vaart. Als excuus gebruikt hij zijn meetapparatuur; zogenaamd wil hij onderzoek doen naar de golfslag van de oceaan. Maar de lezer heeft dan al lang door dat hij wil ontsnappen aan het leven dat al voor zijn geboorte voor hem is uitgestippeld.

Standverschil
Op het schip bevinden zich mensen met wie Franz in het dagelijkse leven niet zou omgaan. Ze zijn beneden zijn stand. Maar aan boord van een kleine zeilboot is hun gezelschap opeens vanzelfsprekend. De reis duurt lang, waardoor de opvarenden steeds dichter tot elkaar komen. Eén van de passagiers is een mysterieuze Nederlandse vrouw, met wie Franz een gepassioneerde verhouding begint. Voor het eerst Foto: de voorkant van 'De Hydrograaf'laat hij zich werkelijk gaan, en laat hij zijn afkomst los.

Moderne tijden
Het verhaal roept nergens weemoed op naar langvervlogen tijden en zwoele zomers op uitgestrekte landgoederen. Integendeel; Schröder slaagt er heel goed in te laten zien dat de standenmaatschappij uit de negentiende eeuw terecht is verdwenen. Als echter één van de medepassagiers welhaast dreigend roept dat de gewone man binnenkort de macht zal overnemen van de adel, is voor de lezer als vanzelf al duidelijk dat ook die maatschappij niet per definitie beter zal zijn. Maar wij weten dan ook al welke richting Duitsland na de Eerste Wereldoorlog op ging.

Volwassenheid
De Hydrograaf gaat over volwassen worden. Hier voorgesteld als het loslaten van je verleden, en zelf keuzes leren maken. Hoewel Franz aan het begin van het verhaal al 32 jaar is, leeft hij nog steeds zoals zijn ouders dat voorschrijven. Door opeens op een lange zeereis te gaan, doorbreekt hij die verwachtingen. Maar dat niet alleen; hij neemt letterlijk en figuurlijk afstand van zijn leven, waardoor hij tot nieuwe inzichten komt. Het is aan het schrijverstalent van Schröder te danken dat het boek daarbij nergens sentimenteel wordt. De Hydrograaf blijft geloofwaardig. Een terechte winnaar van de AKO-literatuurprijs.

Enter supporting content here